Het aantal bakstenen per vierkante meter hangt af van het zichtbare steenformaat, de voegen en het metselverband. Onderstaande schatting geldt voor één vlakke muurlaag waarin de lange zijden van de stenen zichtbaar zijn.
Maak van de steen een herhaalmaat
Tel de verticale stootvoeg bij de steenlengte. Tel de horizontale lintvoeg bij de steenhoogte. Bij een zichtvlak van 210 × 50 mm en voegen van 10 mm krijg je een vak van 220 × 60 mm. De steendiepte hoort niet bij dit zichtoppervlak.
Deel één vierkante meter door dat vak
Eén vierkante meter is 1000 × 1000 = 1.000.000 mm². Het vak is 220 × 60 = 13.200 mm². Deel 1.000.000 door 13.200: ongeveer 75,76 stenen per m². Rond pas af nadat je met het oppervlak hebt vermenigvuldigd. Een ander formaat of een andere voeg geeft een ander aantal.
1 000 000 ÷ ((210 + 10) × (50 + 10)) ≈ 75,76
Bereken het netto muuroppervlak
Vermenigvuldig breedte en hoogte in meters en trek de openingen af. Voor 10 m² netto geeft het voorbeeld 10 × 75,76 ≈ 758 stenen, vóór een aparte toeslag voor breuk en zaagverlies. Zet die toeslag herkenbaar naast de basisberekening. Randen, verband en passtukken kunnen de werkelijke bestelling veranderen.
Bogen en bijzonder metselwerk apart tellen
Een boog bevat gezaagde stukken met verschillende profielen. Een oppervlakteformule vertelt niet hoeveel hele stenen je daarvoor nodig hebt. Gebruik voor de boog de steenverdeling en stukmaten uit de bijbehorende BrickCore-werkplaats. Deze pagina legt de schatting voor vlak metselwerk uit; ze vervangt geen stuklijst voor een boog.