BrickCore · Metselwerk uitgelegd

Boogstraal en pijlhoogte berekenen voor het uitzetten

Een segmentboog uitzetten met overspanning, pijlhoogte, straal en porringpunt. Leer het verschil tussen de rechte sparing en de lengte langs de boog.

Een metselboog tekenen begint met twee aanzetpunten en de gewenste hoogte boven hun verbindingslijn. Voor een segmentboog op gelijke aanzethoogte bepalen deze maten de cirkel. Andere boogvormen hebben een andere constructie.

1 000 mm1 600 mm400 mm600 mm
Het rekenvoorbeeld

Meet overspanning en pijlhoogte

De overspanning is de rechte afstand tussen de aanzetpunten. De pijlhoogte meet je loodrecht vanaf die lijn tot de top van de binnenboog. Verwar deze hoogte niet met de dikte van de boogring of met de diepte van de steen in de muur.

Bereken de straal van een segmentboog

Vermenigvuldig de overspanning met zichzelf. Deel dat door acht keer de pijlhoogte. Tel daar de halve pijlhoogte bij op. Met een overspanning van 1600 mm en een pijlhoogte van 400 mm wordt dat 1600² ÷ 3200 + 200 = 1000 mm. Deze formule geldt voor een cirkelboog, niet voor elke boogvorm.

1 600² ÷ (8 × 400) + 400 ÷ 2 = 1 000 mm

Zet het porringpunt en de binnenboog uit

Teken de middenlijn van de opening. Het middelpunt ligt in dit voorbeeld 1000 − 400 = 600 mm onder de lijn door de aanzetpunten. Meet vanaf dit punt 1000 mm naar beide aanzetten en naar de top. Met diezelfde straal teken je de binnenboog. Bij een constante boogring gebruik je voor de buitenboog de straal plus de ringhoogte.

Verdeel langs de boog, niet langs de sparing

De gebogen lijn is langer dan de rechte opening. Steen- en voegmaten horen bij de gekozen meetlijn van de verdeling. Een korfboog en Tudorboog gebruiken meerdere middelpunten; een ellips heeft geen enkele vaste cirkelstraal. Gebruik voor die vormen hun eigen berekening en tekeninstructies.