Na de verdeling wil je weten welke lijnen op welke steen komen. Een zaagmal beschrijft het stuk dat overblijft. Begin daarom met de goede hele steen, de juiste zichtzijde en de maten van precies dat stuk.
Kies het juiste vlak van de hele steen
Leg de hele steen in dezelfde richting als op het werkblad. Markeer een vaste onderkant en zijkant als meetbasis. Steenlengte, hoogte en diepte zijn verschillende richtingen. Een profiel op de kop van een steen kun je niet zonder meer op de lange zijde overnemen.
Neem ondermaat en bovenmaat over
Zoek het stuknummer en de bijbehorende onder- en bovenmaten op. Zet beide af vanaf dezelfde referentiezijde en verbind de punten. Bij een hanenkam bepalen de lijnen naar het porringpunt de schuine kanten. Neem niet alleen de maat van de eerste steen over: de overige profielen volgen hun eigen plaats in de verdeling.
Houd steen, voeg en zaagverlies uit elkaar
De voeg is de ruimte tussen de afgewerkte stenen. Maak het stuk dus niet extra groot om die voeg te vullen. Markeer welk deel afval is en houd rekening met de zaagbreedte aan die kant van de lijn. Vergelijk eerst een afgetekend profiel met de bedoelde plaats in de uitslag voordat je dezelfde bewerking herhaalt.
Een PDF downloaden en op schaal afdrukken
Vul de maten in de werkplaats in en open daar de PDF-optie. Kies het aangeboden papierformaat en download het werkblad. Gebruik de afdrukschaal die op het blad staat; voor een mal op ware grootte is dat 100%, zonder aanpassen aan pagina. Een overzicht op verkleinde schaal is geen 1:1-zaagmal. Meet een aangegeven maat na op papier.